Inloggen

Onthoud mij

HET WOORDENBOEK VORTARO*

Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.

>“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”>

Help: * ? Meer....

DE CHATBOX TUJMESAĜILO*

Met deze chatbox kun je chatten met andere gebruikers van lernu!. Om de chat te starten, klik op een van de knoppen hierboven. Meer informatie vind je bij "Helppagina's".

Help * *

/ Leren /

Taalvragen

Wanneer moet ik de werkwoordsuitgang -u gebruiken?

Uitleg

De werkwoordsuitgang -u geeft geen tijdsaanduiding, maar wordt zowel in verleden, tegenwoordige als toekomstige tijd gebruikt om een wens of wil aan te duiden (het maakt niet uit of het om een bevel, een verzoek of een verlangen gaat).
Rakontu pri via vojaĝo! - Vertel over je reis!
Diru vian nomon! - Zeg je naam!

In de bovenstaande voorbeelden worden de werkwoorden zonder onderwerp gebruikt. In die gevallen mag men het persoonlijk voornaamwoord jij erbij denken.
Venu rapide! = Venu vi rapide! (Kom snel!)
Manĝu! = Manĝu vi! (Eet!)
Estu kun mi! = Vi estu kun mi! (Kom bij mij / Blijf bij mij (letterlijk: wees bij mij)!)
Kara, donu al mi tion. = Kara, vi donu al mi tion. (Lieverd, geef dat maar aan mij.)

Het weglaten van het voornaamwoord jij is alleen mogelijk in hoofdzinnen. In bijzinnen moet het altijd toegevoegd worden.
Legu la libron. - Lees het boek.
Mi volas, ke vi legu la libron. - Ik wil dat jij het boek leest.

Voor de overige personen (de eerste en de derde persoon) moet zowel in hoofdzinnen als in bijzinnen het persoonlijk voornaamwoord worden gebruikt, omdat men anders zou denken dat het om de tweede persoon ("jij") gaat.
Ni komencu! - Laten we beginnen!
Mi estu! - Ik moet het zijn!
Ĉu ni jam iru tien? - Moeten we daar al heen gaan?
Ili mem faru tion! - Zij moeten dat zelf doen!
Kiel mi komprenu tion? - Hoe moet ik dat begrijpen?
Ŝi aĉetu, kion ŝi bezonas. - Zij moet kopen wat ze nodig heeft.

De uitgang -u wordt ook gebruikt in bijzinnen na de voegwoorden dat en opdat/zodat, als de hoofdzin een wens, wil of doel beschrijft. Let op, deze regel geldt zelfs wanneer het werkwoord in de hoofdzin in een andere tijd staat.
Ili volas, ke vi laboru. - Zij willen dat jij werkt.
Mi multe legos, por ke poste mi povu bone prelegi. - Ik zal veel lezen, opdat ik daarna goed een lezing zal kunnen geven.
Skribu la leteron tuj, por ke ni sendu ĝin ĝustatempe. - Schrijf de brief nu meteen, zodat we hem op tijd kunnen versturen.
Ŝiaj gepatroj petis, ke li morgaŭ vizitu ilin. - Haar ouders vroegen hem, hen morgen te bezoeken.

Om het gebruik van de uitgang -u in bijzinnen beter te begrijpen, kun je de volgende zinnen vergelijken:
Ŝi diris, ke ŝi venos morgaŭ. - Ze zei dat ze morgen komt.
Mi petis, ke ŝi venu morgaŭ. - Ik verzocht haar, morgen te komen.
Mi ĝojas, ke vi bone fartas. - Ik ben blij dat het goed met je gaat.
Mi deziras, ke vi fartu bone. - Ik wens je toe dat het goed met je gaat.
Mi kuris tiel rapide, ke li ne povis kapti min. - Ik rende zo snel, dat hij me niet kon pakken.
Mi volis kuri tiel rapide, ke li ne povu kapti min. - Ik wilde zo snel rennen, dat hij me niet kon pakken.

Een geval apart is het gebruik van het woord bonvolu. Het wordt gebruikt om op een beleefdere manier je wens duidelijk te maken. Na het woord bonvolu moet je altijd de infinitivus (hele werkwoord) gebruiken.
Bonvolu sidi ĉi tie! - Gaat/Blijft u hier zitten alstublieft!
Bonvolu veni morgaŭ - Kom alsjeblieft/alstublieft morgen!
Bonvolu esti ĝentila! - Wees alsjeblieft beleefd!

Oefeningen

Niveau 1 Niveau 2