Inloggen

Onthoud mij

HET WOORDENBOEK VORTARO*

Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.

>“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”>

Help: * ? Meer....

DE CHATBOX TUJMESAĜILO*

Met deze chatbox kun je chatten met andere gebruikers van lernu!. Om de chat te starten, klik op een van de knoppen hierboven. Meer informatie vind je bij "Helppagina's".

Help * *

/ Leren /

Taalvragen

Hoe gebruik ik betrekkelijke voornaamwoorden op de juiste manier?

Uitleg

De correlatieve ki-woorden worden ook als betrekkelijke voornaamwoorden gebruikt. Ze vervangen een zelfstandig naamwoord of voornaamwoord van de hoofdzin, of zelfs een totaal begrip van die zin. Zo verbinden deze betrekkelijke voornaamwoorden de bijzin aan de hoofdzin.

Kiu

kiu vervangt een eerder verwoord zelfstandig naamwoord of voornaamwoord en wordt over het algemeen gebruikt voor definitieve personen of dingen.
Mi vidis knabon, kiu manĝis torton. - Ik zie een jongen, die een taart eet.
Ŝi aĉetis la plej belan robon, kiu estis en la vendejo. - Ze kocht de mooiste jurk, die in de winkel was.
Als kiu fungeert als lijdend voorwerp in de bijzin, ontvangt deze het achtervoegsel –n.
La filmo, kiun ni spektis hieraŭ, estis tre interesa. - De film, die we gisteren zagen, was heel interessant.
Montru al mi la libron, kiun vi ĵus aĉetis. - Toon me het boek, die je zojuist gekocht hebt.
Het achtervoegsel –j duidt het meervoud aan.
Mi vidis knabojn, kiuj manĝis torton. - Ik zag jongens, die een taart aten.
Montru al mi la librojn, kiujn vi ĵus aĉetis. - Toon me de boeken, die je zojuist gekocht hebt.

Kio

kio wordt gebruikt om het begrip van de hoofdzin te vervangen of om een onbepaald iets te presenteren.
Tio, pri kio li parolis, ŝajnis nekredebla. - Dat, waarover hij sprak, scheen onaannemelijk.
Mi tre bone scias, kio ĝojigas vin. - Ik weet heel goed, wat jou blij maakt.
Als kio fungeert als lijdend voorwerp in de bijzin, ontvangt deze het achtervoegsel –n.
Mi faros ĉion, kion mi povos. - Ik zal alles doen, wat ik zal kunnen.
Vi rakontis al mi ion, kion mi neniam forgesos. - Je vertelde me iets, wat ik nooit zal vergeten.

Kies

kies leidt een bijzin in, die een bezit of eigendom aanduidt.
Ĉi tien venos kantistoj, kies kantoj estas tre popularaj. - Hierheen zullen zangers komen, wier liederen heel populair zijn.
La knabino, kies haroj estas tre belaj, venis al mia frato. - Het meisje, wier haren heel mooi zijn, kwam naar mijn broer.

Kiam

wanneer leidt een bijzin in, die tijd beschrijft.
En tiu tempo, kiam mi manĝis, ŝi televidis. - In die tijd, toen ik at, keek zij televisie (terwijl ik at...)
Kiam mi venis al li, li dormis. - Toen ik naar hem toe kwam, sliep hij.

Kie

kie leidt een bijzin in, die een plaats omschrijft.
Mi volis resti tie, kie mi estis. - Ik wilde daar blijven, waar ik was.
Apud tiu loko, kie li loĝas, estas granda arbaro. - Naast die plaats, waar hij woont, is een groot bos.
Als men een richting wilt aanduiden, wordt aan kie het achtervoegsel –n toegevoegt.
En tiu loko, kien mi venis, estis multe da homoj. - In die plaats, waar ik heen ging, waren veel mensen.

Kia

kia leidt een bijzin in, die een eigenschap of kwaliteit beschrijft.
Li estis tia, kia mi volis, ke li estu. - Hij was zo, als ik wilde, dat hij zijn moest.
Hodiaŭ ne estas tia bela tago, kia estis hieraŭ. - Vandaag is het niet zo'n mooie dat, als het gisteren was.
Als kia fungeert als lijdend voorwerp in de bijzin, ontvangt deze het achtervoegsel –n.
Li manĝis tian bongustan viandon, kian li ankoraŭ neniam antaŭe manĝis. - Hij at vlees dat zo goed smaakte, als hij nog nooit eerder had geproefd.
Het achtervoegsel –j duidt het meervoud aan.
Mi aŭskultis tiajn kantojn, kiajn mi kutime neniam aŭskultas. - Ik beluisterde dat soort liedjes, die ik nooit eerder beluisterd heb.

Kiel

kiel leidt een bijzin in, die een manier of mate aanduidt.
Neniam estos tiel, kiel estis antaŭe. - Nooit zal het zo zijn, als het vroeger was.
Li volis nin helpi tiel, kiel li povis. - Hij wilde ons zo (goed) helpen, als hij kon.

Kiom

kiom leidt een bijzin in, die een hoeveelheid of maat beschrijft.
Manĝu tiom multe, kiom vi volas. - Eet zoveel, als je wilt.
Mi donis al ili tiom da bombonoj, kiom mi havis. - Ik gaf ze zoveel snoepjes, als ik had.

Kial

leidt een bijzin ik, die een oorzaak of beweegreden omschrijft.
Unu el la ĉefaj kaŭzoj, kial homoj lernas Esperanton, estas tio, ke ĝi estas facile lernebla. - Eén van de hoofdredenen, dat mensen Esperanto leren, is dat, dat het zo makkelijk te leren is.

Oefeningen

Niveau 1 Niveau 2