Inloggen

Onthoud mij

HET WOORDENBOEK VORTARO*

Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.

>“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”>

Help: * ? Meer....

DE CHATBOX TUJMESAĜILO*

Met deze chatbox kun je chatten met andere gebruikers van lernu!. Om de chat te starten, klik op een van de knoppen hierboven. Meer informatie vind je bij "Helppagina's".

Help * *

/ Leren /

Taalvragen

Wanneer moet ik de uitgang -n gebruiken?

Uitleg

In het Esperanto gebruikt men het achtervoegsel –n om de accusatief aan te duiden. Het achtervoegsel wordt gebruikt in zowel zelfstandige naamwoorden, bijvoeglijke naamwoorden, persoonlijke voornaamwoorden, correlatieven (op –u, –o, –a en –e) en bijwoorden met uitgang –e, die een plaats aanduiden. De accusatief moet worden gebruikt in de volgende gevallen:

1. Om het lijdend voorwerp van een werkwoord aan te duiden. In het Esperanto kan daardoor de woordvolgorde in een zin gemakkelijk veranderd worden zonder de betekenis te veranderen.
Ŝi vidas lin. - Zij ziet hem.
Ŝin vidas li. - Haar ziet hij.
Li vidas ŝin. - Hij ziet haar.
Lin vidas ŝi. - Hem ziet zij.

2. in plaats van voorzetsels om een tijd, maat enz. aan te duiden.
Mi dormis dum unu horo. - Mi dormis unu horon. (Ik sliep één uur.)
En lundo mi vizitos vin. - Lundon mi vizitos vin. (Maandag zal ik hem bezoeken.)
En la 22-a de junio mi venos. - La 22-an de junio mi venos. (22 juni kom ik.)
Mi estas je 20-metra distanco de vi. - Mi estas 20 metrojn for de vi. (Ik ben 20 meter van je vandaan.)
Li estas je du metroj alta. - Li estas du metrojn alta. (Hij is twee meter lang.)

3. om de richting of het doel van een beweging te tonen.
Mi kuras en la arbaro. - Ik ren in het bos.
Mi kuras en la arbaron. - Ik ren het bos in.
Mia amiko iras trans la strato. - Mijn vriend loopt over straat.
Mia amiko iras trans la straton. - Mijn vriend steekt de straat over.
Li saltas sur la tablo. - Hij springt op de tafel. (Hij is op de tafel aan het springen.)
Li saltas sur la tablon. - Hij springt op de tafel. (Hij springt van waar hij stond op de tafel.)

Hetzelfde geldt na bijvoeglijk naamwoorden die een plaats aanduiden.
Mi estas hejme. - Ik ben thuis.
Mi iras hejmen. - Ik ga naar huis.
Vi estas tie. - Jij bent daar.
Vi kuras tien. - Jij rent daarheen.

Accusativus na voorzetsels

Er zijn voorzetsels, die twee betekenissen kunnen hebben; met een eerste naamval (nominatief) tonen ze een plaats aan waar iets zich bevindt. Met een accusatief tonen ze het doel aan waarnaar iets of iemand zich beweegt. Zulke voorzetsels zijn: sur, sub, en, apud, antaŭ, malantaŭ, post, inter, trans, ekster, super, ĉirkaŭ, kontraŭ.
sur la tablo - op de tafel
sur la tablon - de tafel op
sub la domo - onder het huis [...gebeurt iets]
sub la domon - [er gaat iets naar een plek] ...onder het huis (dus als aanduiding van een richting)

Maar er zijn ook voorzetsels waarbij nooit een accusatief wordt gebruikt: al, ĝis, de, el ,da, pri, pro, por, per, kun, sen, je, dum, laŭ, malgraŭ,. Gebruik bij voorkeur ook geen accusatief bij tra en preter. Na deze voorzetsels worden over het algemeen alleen basis-woordvormen gebruikt zonder –n.
pri la knabo - over de jongen
al la urbo - naar de stad
kun mia amiko - met mijn vriend

Let op

Als een zelfstandig naamwoord het achtervoegsel –n heeft, dan moeten ook alle rechtstreeks gerelateerde bijvoeglijke naamwoorden, persoonlijke naamwoorden en correlatieven dit achtervoegsel hebben. Het achtervoegsel –n wordt ook geschreven na het meervoudsachtervoegsel –j:
Mi aĉetis tiun grandan domon. - Ik kocht dat grote huis.
Mi aĉetis tiujn tri grandajn domojn. - Ik kocht die drie grote huizen
Mi iras en mian belan domon. - Ik ga mijn mooie huis in.
Mi promenis tre longan tempon. - Ik wandelde een erg lange tijd.
Mi promenis kelkajn tagojn. - Ik wandelde enkele dagen.
Iun belan tagon mi revenos. - Op een mooie dag zal ik terugkomen.

Wees oplettend bij het gebruik van de accusatief, want het toevoegen van het achtervoegsel –n kan de betekenis van een zin totaal veranderen. Analyseer de volgende zinnen:
Mi ŝatas manĝi tion pli ol vi. - Ik vind dat lekkerder om te eten dan jij.
Mi ŝatas manĝi tion pli ol vin. - Ik vind dat lekkerder om te eten dan jou.
Mi amas ŝin same forte kiel vi. - Ik hou even veel van haar als jij.
Mi amas ŝin same forte kiel vin. - Ik hou even veel van haar als van jou.
Vi farbas la domon ruĝan. - Jij verft het rode huis.
Vi farbas la domon ruĝa. - Jij verft het huis rood.

Oefeningen

Niveau 1 Niveau 2