Inloggen

Onthoud mij

HET WOORDENBOEK VORTARO*

Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.

>“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”>

Help: * ? Meer....

DE CHATBOX TUJMESAĜILO*

Met deze chatbox kun je chatten met andere gebruikers van lernu!. Om de chat te starten, klik op een van de knoppen hierboven. Meer informatie vind je bij "Helppagina's".

Help * *

/ Leren /

Taalvragen

Wanneer moet ik -a (het bijvoeglijk naamwoord) en wanneer -e (het bijwoord) gebruiken?

Uitleg

Een bijvoeglijk naamwoord heeft altijd de uitgang -a. Het bijvoeglijk naamwoord heeft betrekking op een zelfstandig naamwoord en zegt iets over een kwaliteit of eigenschap. Het geeft antwoord op de vraag 'wat voor een...?' en volgt qua verbuiging het betreffende zelfstandig naamwoord.

De uitgang -e is de uitgang van het bijwoord. Dit zegt iets over werkwoorden, bijvoeglijk naamwoorden of andere bijwoorden wat betreft manier, plaats, omstandigheid enz. Het geeft antwoord op de vraag 'waar?', 'hoe?', 'wanneer?'.

Het verschil tussen een bijvoeglijk naamwoord en een bijwoord is, dat het bijvoeglijk naamwoord altijd bij een zelfstandig naamwoord hoort(of gelijktijdig bij een zelfstandig naamwoord en een werkwoord), en een bijwoord nooit bij een zelfstandig naamwoord.

Voorbeelden

Ŝia rakonto estas interesa. - Haar verhaal was interessant.
Ŝi rakontas interese. - Zij vertelde interessant.

Tio estas bona. - Dat is goed.
Estas bone. - Het is goed.

La ĉambro estas varma. - De kamer is warm.
En la ĉambro estas varme. - In de kamer is het warm.

La koloro de ŝiaj haroj estas bela. - De kleur van haar haar is mooi.
Ĉi tie estas tre bele. - Hier is het erg mooi.

Somere estis tre varma vetero. - 's Zomers is het warm weer.
Lia amiko estas tute prava. - De vriend heeft helemaal gelijk.

Oefeningen

Niveau 1 Niveau 2