
Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.
“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”
Help: * ? Meer....
Werkwoorden zijn erg belangrijk in elke taal. Een werkwoord fungeert als de motor van een zin. In het Esperanto zijn de werkwoordsvormen eenvoudig en zijn alle werkwoorden regelmatig: ze eindigen altijd op -i(hele werkwoord), -is(verleden tijd), -as(tegenwoordige tijd), -os(toekomstige tijd), -us(voorwaardelijke wijs), -u(gebiedende wijs of aanvoegende wijs). Toch verdienen ook in het Esperanto de werkwoorden de nodige aandacht, omdat sommigen transitief (ze kunnen een lijdend voorwerp hebben) en andere intransitief zijn (ze hebben nooit een lijdend voorwerp). Dus, wanneer je een nieuw werkwoord leert, is het nuttig om meteen te leren of het een transitief of intransitief werkwoord is. Als je dat namelijk niet weet, is het lastig om de veelvoorkomende achtervoegsels -ig- en -iĝ-, en de (voltooid) deelwoorden van het werkwoord juist te gebruiken.
In dit deel concentreren we ons op de bovengenoemde zaken, we leggen de theorie uit en geven verschillende oefeningen die je helpen het gebruik van werkwoorden in het Esperanto beter te begrijpen.
Aan het werkwoord!
(Deze cursus is gemaakt door Hokan Lundberg).