
Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.
“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”
Help: * ?
Hierbij een ietwat lang maar interessant citaat, dat nauw aansluit bij deze cursus. Het citaat komt uit het "Unua Libro" ("Eerste Boek") van Zamenhof, de initiatiefnemer van Esperanto. Het wordt gevolgd door een verklarend commentaar van Claude Piron, een vooraanstaand Esperanto-auteur. Misschien zal het voor jou toch interessanter zijn deze pagina te lezen nadat je enkele lessen van de cursus hebt voltooid, want dan zul je waarschijnlijk gemakkelijker de essentie begrijpen van de onderstaande teksten.
"Ik zorgde voor een volledige uiteenrafeling van de ideeën in afzonderlijke woorden, zodat de hele taal niet zou bestaan uit woorden in allerlei grammaticale vormen maar alleen uit onveranderlijke woorden. Als je een werk neemt dat in mijn taal geschreven is, zal je vaststellen dat elk woord ervan altijd en alleen in één constante vorm voorkomt, nl. in die vorm die in het woordenboek werd gedrukt. En de diverse grammaticale vormen, de wederzijdse relaties tussen de woorden enz... worden gevormd door het samenstellen van onveranderlijke woorden. Maar omdat een dergelijke constructie van een taal de Europese volkeren vreemd is en ze het moeilijk zouden hebben om daaraan gewoon te worden, liet ik deze uiteenrafeling van de taal volledig aansluiten bij de geest van de Europese talen. Op die manier zal iemand, die mijn taal leert aan de hand van een woordenboek, zonder vooraf het voorwoord (dat voor de leerling volledig overbodig is) te lezen, zelfs nooit denken dat de opbouw van deze taal verschilt van de opbouw van zijn moedertaal. Zo bv. de oorsprong van het woord « fratino », dat eigenlijk bestaat uit drie woorden: frat (broer), in (vrouw), o (wat is, wat bestaat) (— wat is broer-vrouw = zuster), — het leerboek maakt het op de volgende manier duidelijk: broer = frat; maar omdat elk zelfstandig naamwoord in de nominatief eindigt op « o » — bijgevolg frat'o; voor de vorming van het vrouwelijk geslacht van ditzelfde idee, voegt men er het woordje « in » tussen; bijgevolg zuster — frat'in'o. De tekentjes worden geschreven omdat de grammatica ze vereist tussen de aparte bestanddelen van de woorden. Op een dergelijke manier stoort deze uiteenrafeling de leerling op geen enkele manier; hij vermoedt zelfs niet, dat dat wat hij uitgang, voorvoegsel of achtervoegsel noemt, een volledig zelfstandig woord is dat altijd dezelfde betekenis behoudt, om het even, of het wordt gebruikt op het einde of aan het begin van een ander woord of zelfstandig. Hij zal ook nooit vermoeden dat hij elk woord zowel mag gebruiken als een stam of als een grammaticaal bestanddeel." (L.L. Zamenhof, 1887)
Je verwondert je er waarschijnlijk over, dat, voor Zamenhof, taalelementen zoals o en in woorden zijn. Volgens mij gebruikte hij die termen om te benadrukken, dat de taal bestaat uit onveranderlijke blokken, die je kunt samenstellen, zonder ooit enige wijziging teweeg te brengen aan één van die blokken (dergelijke wijzigingen zijn frequent in Westerse talen, zoals in het Engels: "foot > feet"; "come > came"). Mijn indruk is, dat hij ooit een beschrijving van de Chinese taal zag, met voorbeelden - misschien zelfs een Chinese grammatica bij de hand had - en vaststelde, dat de constructie van die taal veel voordelen heeft, enerzijds omwille van de perfecte regelmaat, en anderzijds omwille van het gemak waarmee men in Esperanto complexe concepten kan uitdrukken door een combinatie van eenvoudige woorden. Welnu, in de 19e eeuw gebruikten de teksten over het Chinees, die waren gebaseerd op de geschreven taal zonder rekening te houden met de spreektaal, over het algemeen de term 'woord', wanneer het in feite ging over de onveranderlijke basisbouwstenen, waaruit de taal bestaat. Daarom paste Zamenhof wellicht dezelfde terminologie toe. Hoewel die terminologie verwarrend zou kunnen zijn, is ze in feite niet verkeerd, rekening houdend met het feit dat bv. het woord in in essentie niet verschilt van woorden als patr of frat: ook die eerste woorden kunnen zelfstandig gebruikt worden, met om het even welke grammaticale uitgang, wat hen onderscheidt van de achtervoegsels van de flecterende en agglutinerende talen.
In het voorwoord bij Vere aŭ Fantazie noemde ik "deelwoorden" de onderdelen, die samen een volledig woord vormen. Volgens die terminologie kan men zeggen, dat fratino een woord is, dat bestaat uit drie deelwoorden: frat, in kaj o.