
Klik op de knop hierboven om het woordenboek te openen. In de helppagina's is uitleg te vinden over het gebruiken van het woordenboek.
“La Vortaro”Pilger: “BER”Bick: “Esperanto-dansk”
Help: * ?
In deze cursus zijn de taal-elementen verdeeld in groepen. Hieronder staan de theoretische en enigszins droge omschrijvingen van die groepen. Als je ze interessant vindt, kun je ze lezen, maar het is niet nodig om de cursus te kunnen doen.
Getallen worden gevormd door samenvoeging van de hoofdtelwoorden. Tientallen en honderdtallen worden samengevoegd tot één woord. Voor de rest wordt alles uitgesproken en geschreven als losse woorden, ook duizendtallen. De hoofdtelwoorden hebben geen verbuiging. De rangtelwoorden worden gevormd door de uitgang -a aan het hoofdtelwoord toe te voegen, en hebben de zelfde verbuiging als bijvoeglijk naamwoorden (dat wil zeggen, ze kunnen de uitgang -j en/of -n krijgen). - Meer informatie
Vraagwoorden en de bijbehorende "antwoordwoorden" zijn ingedeeld in een apart systeem, de zogenaamde korrelatieventabel. Deze bestaat uit vijf beginlettergrepen en negen eindlettergrepen, die op verschillende manieren kunnen worden samengevoegd. De ki-woorden worden zowel als vragend voornaamwoord als betrekkelijk voornaamwoord gebruikt. - Meer informatie
Deelwoorden zijn woorden die een actie of handeling beschrijven als een toestand: schrijvend, geslagen, gesloten enz. In het Esperanto bestaan 6 soorten deelwoorden. - Meer informatie
De persoonlijke voornaamwoorden zijn: mi, vi, ŝi, li, ĝi, ni, ili, oni, si. - Meer informatie
Bijwoorden zijn woorden die een manier, plaats, tijd of hoeveelheid aanduiden. Bijwoorden zeggen iets over een werkwoord, een bijvoeglijk naamwoord, een ander bijwoord, of over een hele zin. Hieronder staan de meest voorkomende bijwoorden. (Bijwoorden kunnen ook gevormd worden uit andere woorden door middel van de uitgang -e.) - Meer informatie
Een voorzetsel is een (meestal kort) woord dat bepalend is voor de rol van een zinsdeel in de zin. - Meer informatie
Een voorvoegsel wordt voor een woord (er aan vast) gezet om een nieuw woord te vormen. Een achtervoegsel wordt achter een woord (er aan vast) gezet om een nieuw woord te vormen. - Meer informatie
Uitgangen worden aan de stam van een woord "vastgeplakt", om zo de betekenis te veranderen of een heel ander woord de vormen. O, A, E, I, AS, IS, OS, US en U zijn uitgangen die de woordsoort bepalen. J is de uitgang voor meervoud. N is de uitgang voor het lijdend voorwerp (accusatief).
Een selectie van de meest voorkomende woorden/woordstammen in het Esperanto